Schrijfwedstrijden

Af en toe doe ik mee aan een schrijfwedstrijd. Er zijn er veel, en het aantal inzendingen is vaak enorm, maar het spoort mij aan om concreet over een onderwerp na te denken en, binnen het gegeven aantal woorden, naar een deadline toe te werken. Gelukkig levert het soms ook echt iets op! In 2015 won ik deelname aan de eerste editie van Scheltema’s Schrijversacademie in Amsterdam. Uit meer dan 200 inzendingen werd o.a. mijn verhaal ‘Kloof’ gekozen. Je kunt het verhaal hieronder lezen.

Andere inzendingen voor wedstrijden, korte verhalen, blogs en meer, zijn terug te vinden bij de ‘Berichten’ op deze website.

 

Scheltema’s Schrijversacademie 2015-2016

In 2015 deed ik mee aan de schrijfwedstrijd van boekhandel Scheltema in Amsterdam.

“Scheltema wil niet alleen een broedplaats zijn voor talent, maar ook daadwerkelijk een kans bieden om een weg te vinden naar publicatie. De boekhandel is hiervoor de uitgelezen plek, als cultureel en literair centrum in hartje Amsterdam”.

Ik was een van de gelukkige winnaars en mocht met 21 anderen deelnemen aan de eerste editie van Scheltema’s Schrijversacademie.

“Uit meer dan 200 aanmeldingen heeft een deskundige jury 22 deelnemers geselecteerd. Zij werden aan de hand genomen door toonaangevende auteurs als Adriaan van Dis, Oek de Jong en Thomas Heerma van Voss. De geselecteerde deelnemers werkten, onder begeleiding van tutoren Marcel Möring en Manon Uphoff binnen het online systeem van schrijfvakschool EDITIO, toe naar een literair eindproduct. Eind februari selecteerde de deskundige jury onder leiding van NRC-literatuurcriticus Arnold Heumakers en schrijfster en redactielid van literair tijdschrift De Gids Niña Weijers het beste korte verhaal. De Gids zal dit stuk publiceren. Daarnaast krijgt de winnaar gesprekken met aan de Schrijversacademie verbonden uitgeverijen aangeboden”.

In februari 2016 werd de winnaar van de Schrijversacademie 2015-16 bekend gemaakt. De jury: “Met zó veel talent en bijzondere korte verhalen was het voor de jury geen eenvoudige opgave…” Helaas heeft mijn eindverhaal niet gewonnen.

Hieronder lees je het verhaal waarmee ik door de selectie kwam om deel te nemen.

Kloof

Ik zoek verbanden tussen woorden. Mensen vinden dat raar. Ik vind mensen over het algemeen prima.

‘Wat is de overeenkomst tussen een verstopt talgkliertje, iemand die lijdt aan grootheidswaanzin en een apparaatje om tempo te bepalen?’ vroeg ik aan mijn zoon.
Je zou denken dat het een uitdaging betrof voor iemand van twintig die Nederlands studeert.
‘Pa, nu even niet.’ was zijn antwoord.
‘Niet te geloven,’ zuchtte ik.
Het tikken van de antieke klok leidde me af van mijn teleurstelling.
‘Weet je nog toen je klein was, wat we altijd in de auto deden?’
Jurgen prakte in zijn eten. Met zijn vork in zijn rechterhand.
‘Je lijkt wel een Neanderthaler.’ mompelde ik.
Weer die geïrriteerde blik van hem.

Wat voor kind hadden wij gemaakt? Had ik er niet aan moeten beginnen na mijn veertigste?
Ik schoof mijn stoel demonstratief naar achteren. Hij keek even op.
Helaas bleef ik met mijn schoen achter de stoelpoot haken, wat me uit balans bracht.
Ik probeerde mij vast te klampen aan de tafel, maar tevergeefs. Met een hoop bombarie viel ik neer.
Mijn zoon stopte met kauwen. Dat zag ik in mijn ooghoek.
‘Pa. Wat doe je nou?’ wist hij met volle mond uit te brengen.
Ik was verbaasd dat hij zijn verwende lijf in beweging bracht en mij te hulp kwam.
‘Pak mijn hand.’
Het was een order.
‘Aiai sir!’ bracht ik steunend uit.
Het lukte hem om mij overeind te krijgen. Ik moest enigszins bijkomen.
‘Weet je het al?’ vroeg ik, steunend op de tafel.
Jurgen was alweer gefocust op zijn voedsel.
‘Wat pa?’
Die vermoeide toon. Wat is dat toch? Heeft de jeugd geen interesse meer in hun ouders. Hun opvoeders. Hun recht van bestaan.
Ik vroeg het hem.
‘Heb je nog een toetje ofzo?’
Dat was zijn reactie.

Ik geef het op. Voorlopig dan. Ik zou een toetje voor meneer halen en mijzelf inhouden om het niet in zijn smoelwerk te duwen.
Hij schoof zijn bord naar voren en nam het ijsje tevreden aan. Ja, er was zelfs iets van kinderlijke blijdschap te zien in zijn ogen. Die mooie bruine ogen. Net als die van zijn moeder. Die hield ook niet van taalspelletjes.
‘De letter M Jurgen. De letter M.’
Verbaasd zei hij, tussen twee likken door: ‘Dit is toch een Cornetto?’
Ik wilde me inhouden, maar het moest er uit. Iets harder dan ik wilde.
‘MEE-ETER, MEGALOMAAN, METRONOOM!’